Portret Astrid Janssen, staand tegen effen paarse achtergrond.
Astrid Janssen

Het feminisme van onze kandidaten: Astrid Janssen

We stelden onze kandidaten voor de Tweede Kamer-verkiezingen wat vragen over hun opvattingen over feminisme. Er kwamen mooie, idealistische en vaak persoonlijke verhalen terug. We zijn er trots op deze met jullie te delen. Dit keer Astrid Janssen, op nummer 29.

Wat betekent feminisme voor jou?
Voor mij betekent het dat we altijd alert moeten zijn op hoe de vaak onopgemerkte patronen, vooroordelen en structuren de situatie beïnvloeden van vrouwen en andere mensen die historisch onderbedeeld zijn in macht. Het gaat erom dat we deze bespreekbaar maken en samen veranderen.

Ik heb een tijdje in Egypte gewerkt op een ministerie en daar ben ik pas goed gaan inzien hoe ingewikkeld en verborgen ongelijkheid in Nederland is. In Egypte was het sociale systeem voor vrouwen overduidelijk anders, maar niet op alle fronten slechter. De waardering voor de intellectuele capaciteit van beta-vrouwen was er in mijn beleving hoger dan in Nederland. Vrouwen hoefden daar niet harder te bewijzen dat ze het ook kunnen, terwijl dat in Nederland vaak wel zo is.

Ben jij een feminist?
Volgens mij wel. Ik ben geen actievoerder met spandoeken voor het feminisme, maar laat geen gelegenheid onbenut om mensen te wijzen op de onzichtbare zaken die vrouwen benadelen.

Wat is op dit moment het belangrijkste feministische strijdpunt in de Nederlandse politiek?
Voor mij is dat de onderwaardering van beroepen waar veel vrouwen werken, zoals het onderwijs en de zorg.

Wat heb jij zelf gedaan ter bevordering van de emancipatie van vrouwen en mannen?
Ik was een tijdje lid van het netwerk GAIA, voor vrouwen in de aardwetenschappen. In mijn werk bij WL | Delft Hydraulics (nu Deltares) was ik ook lid van het GAIA-ambassadeursnetwerk. Dat netwerk heeft in 2004 door VanDoorneHuiskes onderzoek laten doen naar de redenen waarom vrouwen hun banen verlieten en niet doorgroeiden naar senior functies of leidinggevende functies. De achterliggende overtuiging was dat ze geen ambitie hadden. De uitkomsten van het onderzoek lieten zien dat ze zeker ambitie hadden, maar geen rolmodellen, geen inzicht in de carrièremogelijkheden en dat het bedrijf niet in de gaten had dat het systeem de status quo in stand hield. Hierop zijn een aantal interventies gedaan en het ging daarna stukken beter. Aan deze interventies, zoals workshops vrouwen en voor leidinggevenden, heb ik ook bijgedragen.

Ik ben momenteel mentor voor het netwerk ‘Stem op een Vrouw’ en heb het initiatief genomen tot speciale aandacht om vrouwen te werven voor de gemeenteraad van Amersfoort.

Wat is jouw feministische doel voor de komende vier jaar?
Ik wil vrouwen laten zien welke stappen ze zelf kunnen zetten om hun positie te verbeteren, en wil mannen en vrouwen laten zien welke ingesleten patronen er zijn die vrouwen verhinderen om stappen in hun carrière te zetten.

Wat is jouw favoriete feministische boek of film?
Het boek ‘Mevrouw de Minister, Madeleine Albright’, Madeleine Albright (Praag, 1937) was van 1997 tot 2001 als eerste vrouw aangesteld als minister van Buitenlandse Zaken in de Verenigde Staten.